10 voorbeelden van bijzondere moeders uit de Bijbel

 

1. Jochebed

 Jochebed was de moeder van Aäron, Mirjam en Mozes. Zij legde Mozes in een mandje in de Nijl, wat bijzonder moedig was. Ze luisterde niet naar Farao, die had bevolen dat alle jongetjes moesten worden gedood. En ze betrok haar andere kinderen daar ook in (Mirjam hield haar broertje in de gaten toen hij weg dreef op de Nijl). Uiteindelijk bracht Mozes de eerste jaren van zijn leven toch door bij zijn eigen familie. En zijn broer en zus zouden jaren later een grote steun voor hem zijn, in het leiden van het volk Israël.

 

Omdat de ouders van Mozes op God vertrouwden, hebben zij hun kind dat heel bijzonder was, drie maanden lang verborgen gehouden. Zij trokken zich niets aan van het bevel van de farao dat alle pasgeboren jongetjes verdronken moesten worden.

(Hebreeën 11:23)

2. Hannah

Hannah was de moeder van Samuël. Jaren lang had zij in tranen gebeden, waarna God haar zegende met een zoon. Het was haar verlangen, dat Samuël zou opgroeien als dienaar van de Here. Daarom gaf zij haar zoon terug aan God. Toen Samuël nog maar drie jaar was, wist hij al hoe hij God moest aanbidden. En als zevenjarige jongen hoorde hij God direct tot hem spreken. Samuël werd een van de grootste leiders van Israël. Het gebed van Hannah zal daarin van grote waarde zijn geweest.

 

In haar gebed deed zij een belofte: ‘Och Here, luister toch naar mijn ellende, beantwoord mijn gebed en geef mij een zoon. Als U dat doet, dan beloof ik U dat ik hem aan U zal teruggeven. Hij zal voor zijn hele leven aan U toebehoren.

(1 Samuël 1:11)

 

  1. De vrouw uit Sunem

De vrouw uit Sunem was een gastvrouw voor Elisa.  In haar huis had zij een aparte kamer gemaakt, waar de profeet kon verblijven tijdens zijn reizen. Na jaren van kinderloosheid, zegende God haar met een zoon. Toen de jongen stierf, twijfelde zij geen moment. Direct zadelde ze een ezel en vertrok naar Elisa. Ze wist dat hij een man Gods was, en bleef vertrouwen op de zegen van de Here, ook al was haar zoon zojuist gestorven. En God gaf haar de jongen terug.

 

Maar de moeder van de jongen zei: ‘Ik zweer bij God dat ik niet zonder u naar huis terugga!’ Dus ging Elisa samen met haar op weg.

(2 Koningen 4:30)

 

  1. Een weduwe

Deze weduwe had twee zonen. Haar man leefde met de Here, maar was nu gestorven. Een schuldeiser dreigde haar zonen als slaven mee te nemen als afbetaling van de schuld. Ze vroeg Elisa om hulp. Elisa vroeg haar om het enige wat zij nog in huis had; een kruikje olijfolie. De inhoud van het kruikje moest ze uitgieten in zoveel andere kruiken als ze maar vinden kon. De vrouw twijfelde niet, maar leende kruiken van buren en vrienden. Daarna vulde ze alle kruiken die ze nu had met de olie uit dat ene kleine kruikje. De olie raakte niet op, en ze had nu genoeg om haar schulden af te betalen.  Zij geloofde dat God zou voorzien, en zocht raad bij een man Gods. Zo werden zij en haar zonen gered uit een situatie die zo hopeloos leek.

 

‘Hoeveel voedsel hebt u in huis?’ vroeg Elisa. ‘Helemaal niets, afgezien van een kruikje olijfolie,’ antwoordde zij.

2 Koningen 4:2

 

  1. Naomi

Naomi was de schoonmoeder van Ruth. Toen er hongersnood was in Israël, vertrok zij met haar familie naar Moab, een land van afgodendienaars. De zonen van Naomi trouwden met Moabitische vrouwen. Maar toen het moeilijk werd (beide zonen stierven), vertrouwden deze Moabitische vrouwen op hun Joodse schoonmoeder en zochten haar leiding. Het voorbeeld van Naomi bracht Ruth er toe om met haar schoonmoeder mee te gaan, terug naar Israël. En God zegende hen daar.

 

De vrouwen van de stad zeiden tegen Naomi: ‘Prijs de Here, wat Hij heeft u een kleinzoon gegeven. Wij hopen dat zijn naam beroemd wordt in Israël’

(Ruth 4:14)

 

  1. Ruth

Ruth was de moeder van Obed en overgrootmoeder van David. Haar geloof in de Here en haar bereidheid om voor haar schoonmoeder Naomi te zorgen laten zien hoe toegewijd zij was. Ruth gehoorzaamde aan de wetten van de Here, al ging zij gebukt onder armoede. Ze wist waar ze haar hulp moest zoeken, en de Here zegende haar.

 

‘Ik heb gehoord wat je allemaal voor je schoonmoeder hebt gedaan na de dood van je man. En ook dat je je ouders en je vaderland hebt verlaten om hier bij een vreemd volk te komen wonen. Moge de Here, de God van Israël, onder wiens vleugels je je toevlucht hebt gezocht, je hiervoor belonen.’

(Ruth 2:11,12)

 

  1. Elisabeth

Elisabeth was de moeder van Johannes de Doper. Op hoge leeftijd werd zij zwanger van dit bijzondere kind. Johannes de Doper leefde in de wildernis, evangeliseerde onder de Joden en voorspelde de komst van de Messias. Haar nichtje Maria was tegelijkertijd zwanger, van Jezus Christust, de Messias. Maria bleef drie maanden bij Elisabeth, waar ze leerde van diens voorbeeld. Elisabeth was een bemoedinging voor haar in haar geloof.

 

‘Wat een eer dat de moeder van mijn Here bij mij  op bezoek komt. Want toen je binnenkwam en ik je stem hoorde, begon het kind in mijn buik te trappelen van blijdschap. Jij hebt geloofd dat God zou doen wat Hij zei. Wat een geluk!’ Maria antwoordde: ‘Ik prijs de Here met mijn hele hart!  Ik kan mijn geluk niet op! God, mijn Redder, heeft aan mij gedacht.’

Lukas 1:43-48

 

  1. Maria

Maria was de moeder van Jezus, Jozef, Jakobus, Judas en Simon. Daarnaast had zij minstens twee dochters. Maria was jong, en nog ongetrouwd, toen zij door God gekozen werd voor een heel bijzondere taak: zij zou de moeder worden van de Redder van de wereld. En als moeder van de Messias, zou zij de eerste zijn om Hem te onderwijzen. Hoe bijzonder was haar gehoorzaamheid! Ondanks alle geruchten en roddels, afwijzingen en zelfs de marteldood van haar Zoon bleef zij vertrouwen op de Here.

 

‘Ik prijs de Here met mijn hele hart! Ik kan mijn geluk niet op! God, mijn Redder, heeft aan mij gedacht.’

(Lukas 1:46)

 

  1. Maria

Deze Maria was de echtgenote van Zebedeüs en moeder van Jakobus en Johannes. In de tijd van Jezus’ bediening vormden zij samen met Petrus de meest nabije vriendenkring. Maria ging vaak met haar zonen en Jezus mee. Zij stelde Jezus de gedurfde vraag of haar zonen in de hemel naast Hem mochten zitten. Dit komt brutaal over, maar haar vraag aan Jezus laat ook zien, dat zij wist wie Hij was. En ze wilde dat haar kinderen heel dichtbij Hem zouden zijn.

 

Een groep vrouwen stond op afstand te kijken. Zij waren met Jezus mee gekomen en hadden voor Hem gezorgd. Onder hen waren Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus en Jozef, de de moeder van Jakobus en Johannes (de zonen van Zebedeüs).

(Matteüs 27:55,56)

 

10. Maria

Nog een Maria; de moeder van Johannes Marcus. Zij was een rijke vrouw uit Jeruzalem. Jezus hield met zijn discipelen het Laatste Avondmaal in haar huis, en tijdens de periode kort na de opstanding van Jezus verbleven de discipelen ook bij haar. De eerste gemeente kwam bijeen in haar huis. Haar voorbeeld in het dienen van Christus zal zeker een voorbeeld zijn geweest voor haar zoon Johannes Marcus. Later ging hij twee keer met Barnabas mee op zendingsreis. Hij werkte ook samen met Petrus en Paulus. Er wordt beweerd dat hij de auteur is van het evangelie van Marcus, maar dat is niet met zekerheid te zeggen.

 

Hij dacht even goed na en ging toen naar het huis van Maria, de moeder van Johannes Marcus. Daar waren veel christenen bijeen om te bidden.

(Handelingen 12:12)