10 regels over opvoeding waar ik mij niet meer aan houd.

 

Als vader en moeder wil je het natuurlijk goed doen. Je houdt zielsveel van je kinderen, daarom wil je ze de beste opvoeding geven. Soms verbaas ik mij over alle opvoedstijlen die zijn bedacht. En allemaal pretenderen ze dé sleutel te bieden tot goed opgevoede kinderen en relaxte ouders. En bij ieder consultatiebureau krijg je alle goedbedoelde adviezen en regels voor de opvoeding mee, dat wil zeggen; de adviezen en regels die op dat moment als algemeen geldend worden beschouwd. Al die stijlen, adviezen en regels zijn goed bedoeld, maar zijn ze wel zo goed?

 

Om goede ouders te zijn, hebben we wijsheid nodig. Niet de wijsheid die in deze wereld geleerd wordt,  maar de wijsheid die we krijgen van de Here. In 1 Koningen 3 vraagt Salomo om wijsheid. De Here gaf het hem graag. Ook wij kunnen de Here vragen om wijsheid.

 

Toen ik zwanger was van onze oudste, was ik vast van plan om mij strikt aan allerlei regels en adviezen te houden. Inmiddels is Abel 4 jaar, en heb ik mijn mening al heel vaak bijgesteld.

 

Hier volgen 10 regels uit de opvoedkunde, die ik in de loop van de afgelopen 4 jaren opzij heb gezet.

 

  1. Je moet altijd consequent zijn

Nee. Consequent zijn is belangrijk als het gaat om bijvoorbeeld geloof en veiligheid. Hoe je met bepaalde situaties omgaat, hangt af van de situatie en van je kind. Probeer maar eens om altijd hetzelfde antwoord, dezelfde beloningen of juist straffen te geven in vergelijkbare situaties, iedere dag. Discipline hoeft niet altijd hetzelfde te zijn. Maar, waar en hoe jij stelling in neemt over bepaalde (morele) onderwerpen zeker wel.

 

  1. Heb je A gezegd, dan moet je ook B zeggen.

De woorden uit Mattheüs 5:37 zijn je vast wel bekend: ‘Houd u aan uw woord. Ja is ja en nee is nee.’ Maar dit is iets anders dan ‘Wie A zegt, moet ook B zeggen’. In Matteüs 5 draagt de Here ons op om integer te zijn, eerlijk. We moeten onze beloften nakomen en de waarheid spreken.

Iedere ouder legt in een stressvolle situatie wel eens een straf op die eigenlijk te zwaar en onredelijk is. Maar daar zit je dan niet aan vast. Je mag best flexibel zijn en achteraf een straf toch wat minder zwaar maken. Als je eenmaal dat verhitte moment achter je hebt gelaten en even rustig hebt nagedacht, is er niets mis mee om terug te komen op iets wat je je kind eerder hebt opgelegd. Beloften moet je houden, maar een straf mag je naderhand best wat bijstellen.

 

  1. Kinderen moeten het onderling zelf uitzoeken

De meeste kinderen zijn niet in staat om zelf ruzies op te lossen. Laat je kinderen hun gang gaan en het zelf oplossen, dan geldt meestal het recht van de sterkste. Het grootste en sterkste kind krijgt dan meestal zijn zin. Leer je kinderen hoe ze om moeten gaan met ruzies en conflicten. Leer kinderen hoe ze kunnen vertellen dat ze iets niet leuk vinden, zonder dat ze de ander aan te hoeven vallen. Onze zoontjes Abel (4) en Jorik (2) maken nog wel eens ruzie om autootjes en treintjes. Hoeveel er ook op de grond liggen, op de een of andere manier willen ze toch altijd dezelfde hebben. Als we ze dit zelf laten oplossen, dan wint de sterkste (bij ons is dat de jongste), en krijgt die altijd zijn zin. In plaats daarvan leren we ze om te delen, en - in plaats van elkaar op het hoofd te timmeren – te zeggen wat ze niet leuk vinden. Natuurlijk zijn ze te klein om dat allemaal zelf te kunnen; ze hebben onze hulp daar bij nodig.

 

  1. Laat je kinderen nooit merken dat jij en je partner ruzie hebben.

Kinderen moeten leren om discussies en onenigheid op te lossen. En één van de manieren om dat te leren, is door te zien hoe papa en mama een conflict hebben en dat later oplossen. Wanneer je als ouders in staat bent om conflicten onderling op te lossen, dan zullen ook je kinderen leren om ruzies op te lossen en relaties goed te houden.

 

  1. Stel een time-out in wanneer je kind zich heeft misdragen, zodat hij na kan denken over wat hij verkeerd heeft gedaan.

Onze kinderen staan wel eens in de hoek. Ik wil dan dat ze nadenken over wat ze verkeerd hebben gedaan. Daar lijkt niets mis mee. Toch merk ik dat ik ook hier in verander. Onze jongens staan nog steeds wel eens in de hoek, maar ik wijs ze minder sterk op wat ze verkeerd deden. In plaats daarvan vraag ik ze hoe ze het beter hadden kunnen doen. Onze kinderen zijn nog jong, dus in ons geval betekent dit vaak dat ik dan uitleg hoe het de volgende keer beter kan.

 

  1. Een time-out moet net zo lang duren als de leeftijd van het kind, of de leeftijd op 3 minuten (bijvoorbeeld 4 jaar = 4+3 = 7 minuten)

Bij het vorige punt gaf ik al aan, dat ik een time-out niet meer gebruik om mijn kinderen na te laten denken over wat ze verkeerd hebben gedaan. In plaats daar van, leer ik ze na te denken over hoe het beter kan. Als het kind eenmaal begrijpt hoe het de volgende keer beter kan, is het niet zinvol om de time-out nog langer te laten duren. Even in de hoek staan heeft hier niet als doel om kinderen te straffen, maar om ze te leren omgaan met bepaalde uitdagingen. Bijvoorbeeld: Jorik, onze tweede zoon, is 2 jaar. De laatste tijd zet hij vaak een enorme druilstem met krokodillentranen op om kenbaar te maken dat hij iets wil. Als hij weigert om gewoon iets te vragen, zet ik hem even in de hoek. Ik vertel hem dan, dat hij terug mag komen als hij met een gewone stem kan vragen wat hij wil. Vaak duurt dit maar een paar seconden. Het heeft dan geen zin om hem nog langer te laten staan; hij heeft immers al begrepen wat de bedoeling is.

 

  1. Door een kind te corrigeren, maak je het onzeker.

Corrigeren is trainen. Kinderen hebben training nodig. Kritiek kan een kind onzeker maken, maar dat is iets anders dan correctie. Door een kind te corrigeren, raakt het juist gemotiveerd om het de volgende keer beter te doen. Bijvoorbeeld: Abel en Jorik spelen graag met duplo. Regelmatig liggen alle onderdelen dan door de hele kamer verspreid. Kritiek klinkt dan als volgt: ‘Kijk eens wat een rotzooi! Jullie gooien altijd alles door de kamer. Zo kun je toch helemaal niet spelen!’ Geen onlogische reactie, maar toch: negatief, aanvallend. Benader ik de kinderen in dezelfde situatie corrigerend, dan klinkt het heel anders: ‘Hé, wat is dit nou? Als je alle blokken bij elkaar houdt, dan kun je veel beter bouwen. Kijk, je kunt ze in die bak doen of op het speelkleed leggen.’ Natuurlijk lukt het mij ook vaak niet om het op die manier te doen; ik ben ook maar een mens, en aan het eind van de dag reageer ik ook wel eens geïrriteerd. Toch probeer ik zoveel mogelijk te corrigeren in plaats van te bekritiseren.

 

  1. Een goede ouder voorkomt dat een kind moet lijden en beschermt het tegen moeilijkheden.

Moeilijkheden en lijden horen bij het leven. Ook bij het leven van een christen. Je kunt proberen om je kinderen zo veel mogelijk te beschermen. Maar het is beter om ze voor te bereiden op de uitdagingen die het leven ze zal bieden. Kinderen leren zo veerkrachtig te zijn (en dat kunnen ze heel goed!), vol te houden, geduld, medeleven, creativiteit en nederigheid. Door een kind overal voor te willen behoeden, wordt het egoïstisch en denkt het altijd overal recht op te hebben. Ik ben er van overtuigd dat de laatste decennia al heel wat kinderen op die manier zijn groot gebracht, en dat we daar nu de consequenties van zien: veel twintigers in Nederland zijn egoïstisch, niet opgewassen tegen problemen en denken overal recht op te hebben. Precies het tegenover gestelde van een christelijke levenshouding!

 

  1. Als je je kinderen maar bezig houdt, dan blijven ze wel uit de problemen.

Kinderen worden tegenwoordig vaak geleefd door schema’s. Zwemles, voetbal, muziekles, scouting, schoolactiviteiten, etc. Al op de kleuterschool zijn kinderen vaak zo druk dat er een schema op nagehouden moet worden. Om me heen zie ik dat dit vaak stress tot gevolg heeft, voor het hele gezin. Kinderen moeten spelen, ontspannen, ontdekken, lezen, overdenken, en nog meer spelen. Ze moeten de kans krijgen om hun eigen tijd in te delen. Kinderen die altijd maar geleefd worden door schema’s raken snel verveeld; ze leren niet om zichzelf bezig te houden en hoe ze hun tijd kunnen indelen. Dit heeft vast ook gevolgen voor hun toekomst. Want hoe gaan ze dan om met hun tijd, wanneer dit niet strikt voor ze ingedeeld wordt?

 

  1. Kinderen moeten leren om onafhankelijk te zijn.

Dit is toch wel één van de regels uit de opvoeding die ik regelmatig hoor. Kinderen moeten leren om zichzelf te redden. Maar willen we dat echt wel? Kinderen die onafhankelijk zijn, hebben niemand nodig. Ook jou niet. Als we een relatie willen hebben met onze kinderen die altijd stand houdt, ook als ze volwassen zijn, dan moeten we ze niet leren om volledig onafhankelijk te zijn. Verantwoordelijkheid bijbrengen is iets anders dan onafhankelijkheid. Beloften nakomen, leuke en moeilijke situaties samen delen, en geven om elkaar zijn heel belangrijk, en maken ons juist afhankelijk van elkaar. God heeft ons ook zo geschapen; om samen te leven.