Met je kinderen over God praten

 Als christelijke vader of moeder denk je door de dag heen regelmatig aan Jezus. En eigenlijk is het enige wat je hoeft te doen, deze gedachtes bespreekbaar maken. Onderstaande voorbeelden kunnen je op weg helpen om met je kinderen te spreken over hun relatie met God. Een krachtige gewoonte!

Hieronder staan 10 voorbeelden die je op weg kunnen helpen om met je kinderen over God te praten.

 

  1. Je ziet of hoort iets op het nieuws waardoor je aan God moest denken, of waardoor je ergens voor wilt bidden.
  2. Een Bijbeltekst die je vandaag las, of een lied dat je hoorde en dat in je hoofd is blijven hangen. Vertel waarom.
  3. Iets dat je tegen kwam op social media, en wat je aan God deed denken.
  4. Een persoonlijke nood waarvoor je hebt gebeden.
  5. Iets wat je hebt gehoord over school, bijvoorbeeld over pesten. Bespreek hoe God daarover zou denken.
  6. Iets wat je met vrienden of kennissen hebt besproken, en wat jouw christelijke visie daarop is.
  7. Iets waarvan jij gelooft dat de Here het voor jou heeft gedaan, of iets wat Hij jou heeft laten zien. Bijvoorbeeld een verhoord gebed, een woord of een beeld.
  8. Iets wat je zag in de natuur, en wat je deed denken aan Zijn grootheid.
  9. Bespreek samen waar je voor wilt bidden en danken.
  10. Vertel hoe je een kerkdienst hebt ervaren en vraag wat je kinderen er van vonden.

 

Wat je bespreekt met je kind, is natuurlijk ook afhankelijk van zijn of haar leeftijd. Kleine kinderen zien God vaak als een aardige oude man op een mooie troon of een wolk. Naarmate ze ouder worden, groeit hun beeld van God ook mee. Jouw relatie met God, als ouder zijnde, is van grote invloed op het beeld dat jouw kinderen krijgen van God. Jij staat het dichtste bij je kind, en kan daarom goed helpen in zijn of haar beeldvorming van de Here. Sluit aan bij de beleving van je kind en geef tegelijk de ruimte om verder te groeien. Abel, onze zoon van 4, vroeg mij laatst waar God is en hoe Hij eruit ziet. Daarachter schuilde de vraag hoe hij contact kan hebben met God, en hoe je nou weet dat God er is. Ik vertelde hem, dat God bij alle mensen is. Bij Abel, bij papa en mama, bij opa en oma, maar ook bij zijn zieke klasgenootje en bij de mensen in Afrika. God houdt van ons en Hij zorgt voor ons. En je kunt altijd met Hem praten, waar je ook bent. Hij luistert naar jou.

 

Kinderen vragen niet altijd naar God, en het is ook niet nodig om altijd en overal het evangelie erbij te halen. Als je kind vraagt waarom de zon schijnt, hoef je niet altijd het hele scheppingsverhaal te vertellen. De zon schijnt ook gewoon zodat we het lekker warm hebben, en zodat het niet donker is. ‘Waarom groeit daar gras mama?’ vroeg Abel mij laatst. ‘Omdat de wind daar zaadjes naar toe heeft geblazen. Die zaadjes zijn in de grond gekomen, en toen zijn daar grassprietjes uit gegroeid' was mijn antwoord.

 

Gebruik God niet als boeman. Kinderen mogen nooit bang zijn voor God. Dus gebruik hem niet als een soort van zwarte Piet, die alle stoute dingen ziet en opschrijft. God is een liefdevolle Vader. En Hij vindt jou lief, zoals je bent.

 

Je hoeft geen perfecte antwoorden te geven. Vertel gewoon in jouw eigen woorden wat je denkt en wees niet bang om toe te geven dat je ook wel eens iets niet weet. Vertel dat we God pas volledig zullen kennen wanneer we straks in de hemel zijn. Of geef aan dat je even over een vraag na moet denken en kom er later op terug.

 

Degene die het beste kon vertellen over onze hemelse Vader, is de Here Jezus zelf. Hij kwam de mensen tegemoet in hun voorstellingsvermogen, en vertelde in beeldende verhalen wie God is. De gelijkenissen in het Nieuwe Testament zijn een waardevolle hulpbron om te vertellen over de Here. Denk bijvoorbeeld aan de Goede Herder, de barmhartige Samaritaan en de verloren zoon. Gebruik een kinderbijbel die je aanspreekt, of vertel Bijbelverhalen in jouw eigen woorden.