6 zinnen die ieder kind moet horen

 Onlangs las ik dat de meeste volwassenen een woordenschat hebben van tussen de 20.000 en 35.000 woorden, waarvan ze iedere dag een paar duizend gebruiken. Zo gedurende de dag zeggen we van alles, en veel van wat we zeggen heeft veel grotere consequenties dan je misschien zou denken. Zeker als het gaat om de woorden die we thuis uitspreken.

 

Op het moment dat ik dit schrijf, zitten onze zoontjes Abel en Jorik met de duplo te spelen. En ik hoor ze allerlei dingen zeggen die ze van Henry of mij hebben over genomen. Ze horen wat we zeggen, ook als het lijkt alsof ze niet luisteren.

 

Van al die dingen die we als ouder zeggen, zijn er een aantal die ieder kind zou moeten horen.

 

  1. God houdt van jou.

De grootste en belangrijkste waarheid die we onze kinderen kunnen vertellen, is dat God van ze houdt. Al op heel jonge leeftijd kunnen kinderen dit begrijpen.

 

Leer een kind al vroeg wat hij moet weten, dan zal hij later daarnaar leven.

(Spreuken 22:6)

 

Vertel je kinderen al jong dat God van ze houdt, en de kans is heel groot dat ze dit nooit zullen vergeten.

 

  1. Ik hou van jou.

Deze zin spreekt voor zich. Als ouder laat je zien dat je van je kinderen houdt, door samen tijd door te brengen, te knuffelen en lieve dingen te zeggen. Dat is zeker belangrijk, maar toch is het geen vervanging voor de woorden ‘Ik hou van jou’. Ik zeg het iedere avond tegen onze kinderen voordat ze gaan slapen. En als ik het vergeet, dan word ik er door de jongens zeker aan herinnerd.

 

  1. Ik ben er voor jou.

Kinderen moeten weten dat hun ouders er altijd voor ze zijn. Vertel ze dat geen enkele situatie te groot of te moeilijk is voor papa en mama. Zoals we alles bij de Here mogen brengen, zo moeten ook kinderen altijd terecht kunnen bij hun ouders. Dat dit zo is, laat je merken door er daadwerkelijk te zijn, maar zeker ook door het je kinderen te vertellen.

 

  1. Ik ben trots op jou.

Natuurlijk zijn we trots op onze kinderen. Het liefst vertellen we aan iedereen hoe knap, slim, lief, etc ze zijn. Maar vergeet niet om dit ook aan je kinderen te vertellen! En, minstens zo belangrijk: vertel ze waarom. Zo laat je ze zien dat ze er toe doen.

 

  1. Ik zat verkeerd

Door toe te geven dat je als ouder verkeerd zat, laat je je kinderen zien dat jij ook maar een mens bent. Mensen maken fouten, en dat is niet erg. Kinderen moeten dat weten. En door sorry te zeggen, leren je kinderen ook hoe ze moeten reageren wanneer ze iets fout hebben gedaan. Je kinderen hoeven zeker niet te denken dat hun ouders perfect zijn; ze moeten juist weten dat ook papa en mama een Redder nodig hebben.

 

  1. Jij zat verkeerd

Een van de belangrijkste taken als ouder, is om je kinderen te leren wat het verschil is tussen goed en fout. Ik zie veel kinderen die dit niet goed weten, en ik denk dat dit komt doordat hun ouders dit niet duidelijk aangeven. Kinderen worden vaak erg beschermd door hun ouders, en als ze iets gedaan hebben wat niet mag, zijn het vaak de ouders zelf die allerlei excuses bedenken voor het gedrag van hun kinderen. De verantwoordelijkheid wordt vaak gezocht bij een ander, in plaats van bij het eigen kind. Als een kind nooit leert om zelf de gevolgen te dragen van verkeerd gedrag, hoe zullen ze dan zijn als volwassene? Ik realiseer me dat ik hier misschien mensen beledig, maar ik geloof echt dat hier een groot probleem zit bij veel (Nederlandse) opvoeders. Leer je kinderen dat het niet erg is om fouten te maken (zie punt 5), maar leer ze ook om verantwoordelijkheid te dragen voor hun eigen fouten.

 

De woorden die wij spreken zijn belangrijk, zeker als je denkt aan de impact die ze hebben op onze kinderen. Dit is het beste dat we kunnen doen:

 

Laat er ook geen vuile taal uit uw mond komen, dat doet alleen maar kwaad. Zeg op het juiste moment het juiste woord, iets dat de mensen helpt en goeddoet, zodat zij genade ontvangen.

Efezieërs 4:29