Als sterven heel dichtbij komt: wat vertel ik mijn kinderen?

 

Ik krijg wel eens een mail van mensen die mij vertellen over een ernstig ziek familielid, met de vraag hoe ze het hier met de kinderen over kunnen hebben. Daarom vertel ik hier over een aantal dingen die ons goed geholpen hebben.

 

Het belangrijkst is: God is goed en Hij zorgt voor ons. Ook als er dingen gebeuren die heel verdrietig zijn. Ga je je weg met God, en in liefde voor je kids, dan kun je het eigenlijk niet verkeerd doen. Er is ook geen ‘methode’ of ‘stappenplan’ dat je zou moeten volgen. Want elke situatie, en ieder mens anders.

 

Toen Henry de diagnose kreeg en daarmee eigenlijk ook gelijk het nieuws dat hij zou sterven, zijn we gelijk eerlijk geweest naar de kinderen. Ook, omdat we niet wilden dat ze het van anderen zouden horen. We hebben vertelt dat papa heel erg ziek was. Dat de dokters heel erg hun best zouden doen, maar dat het ook wel eens zou kunnen gebeuren dat papa naar de hemel zou gaan. Maar vooral: God zorgt voor ons, Hij is er bij.

 

Samen met de Wonderwolk maakten we een boekje, speciaal voor onze kinderen. Hierin werd eenvoudig verteld wat er gebeurde als papa weer in het ziekenhuis was. Dit boekje is – in aangepaste vorm – te koop:

 

Ik heb de kinderen steeds betrokken bij de zorg voor hun vader, op een manier die bij hun leeftijd paste. Bijvoorbeeld: papa wat lekkers brengen of zijn kussens recht leggen. Met z’n allen een nachtje beneden slapen, zodat papa niet alleen is. Op de knopjes drukken van de tillift en de elektrische rolstoel (al was dat niet altijd handig). Op die manier voelden ze zich heel belangrijk, en hadden ze het gevoel dat ze iets voor papa konden doen. Toen Henry door de chemo zijn haar verloor, mochten de kinderen het er af scheren. Daar kunnen we nu nog steeds samen om lachen.

 

Wat hebben we gebeden! Elke dag vroegen we om een wonder. Tegelijk wisten we ook: soms zegt God nee. Dan begrijpen we daar helemaal niets van, maar God weet wat het beste is. En als papa naar de hemel gaat, dan zullen we hem erg missen. Dat is niet de schuld van iemand, niemand kan er iets aan doen. En voor papa is het fijn; hij heeft dan geen kanker meer, geen pijn, en hij kan daar weer lopen.

 

In de week van de begrafenis heb ik de kinderen zo veel mogelijk betrokken bij dat proces. Zo hebben we samen de kist versierd met stickers en vingerverf. De school heeft hier ook een grote rol gespeeld. In de klas werd een foto van Henry neer gezet en in de kring het boekje voor gelezen. In de hal was ook een plekje met een foto en gelegenheid om iets op te schrijven. Kinderen van alle klassen maakten tekeningen. In de bouwhoek werd een ziekenhuis gebouwd. En tijdens de begrafenis werden er ballonnen op gelaten.

 

We gaan niet zo vaak naar het graf. Maar als we gaan, dan maken we er ook een beetje een uitje van. We nemen bloemen of plantjes mee, die de kinderen met hun eigen schepjes op het graf zetten. Er staat ook een vogelhuisje, waar we elke keer wat lekkers achter laten.

Thuis hebben we een speciaal plekje met papa’s foto, houten poppetjes die ons gezin symboliseren en de kaarsen van de kinderen die op de kist stonden.

 

Papa blijft altijd onze papa. Ik ben dan ook anders gaan denken over de woorden ‘tot de dood ons scheidt’. Henry is mijn man, en dat blijft hij. Ook al zijn we nu niet bij elkaar, ons huwelijk is niet geëindigd toen hij stierf. Ik draag zijn trouwring bij de mijne. We zijn voor altijd aan elkaar verbonden, want God heeft ons aan elkaar gegeven.